NIEUWS

 

 

H

 

 

 

 

 

     

Marine schenkt oude mijnenveger met rijk verleden aan stichting van vrijwilligers: “Onze houten dame verdient respect”

 

De Oudenaarde M477, een mijnenveger uit 1958, komt woensdag officieel in handen van MPM, een private stichting die waardevol maritiem patrimonium van de sloop wil vrijwaren. Enthousiaste vrijwilligers zijn al zo‘n dertig jaar bezig met de restauratie. Achter deze vergane glorie gaan talloze verhalen schuil.
Ilse Prinsen

   

                                         Historiek van de Oudenaarde M477

Laatste van 16 Belgische ondiepwatermijnenvegers

Werf: Mercantile Marine Yard, Kruibeke
Type: MSI, minesweeper inshore
Lengte: 34,5 meter
Gewicht: bijna 180 ton
Kiellegging: 1958
In dienst van Belgische zeemacht: 1959
Uit dienst: 1988
Bruikleen aan Nationaal Scheepvaartmuseum: 1991
Naar Droogdokkensite: 2018
                                      Overdracht door Belgische marine aan MPM: 13 oktober 2021 
 
                                                                                                                                                      

Nil volentibus arduum. Niets is moeilijk voor hen die willen. Dat is de leuze van een tiental vrijwilligers, vastberaden om een oude mijnenveger in zijn vroegere glorie te herstellen. Dertig jaar lang heeft de Oudenaarde M477 dienstgedaan voor het onschadelijk maken van mijnen in ondiepe wateren. Eind jaren tachtig leek hij, als laatste in zijn soort, ten dode opgeschreven. Maar dat was zonder de vrijwilligers gerekend. Sinds het schip ’op pensioen werd gesteld’, restaureren ze het met vereende krachten. Ruim 85.000 uren van schuren, schilderen, sleutelen en schoonmaken zijn intussen verstreken. En die moeite wordt nu beloond.

      
Al dertig jaar lang zijn enthousiaste vrijwilligers bezig met de restauratie van ’hun houten dame’
De Belgische marine draagt de Oudenaarde op 13 oktober officieel over aan MPM (Maritiem Patrimonium-Patrimoine Maritime), de stichting van deze vrijwilligers. Haar doel: waardevol maritiem erfgoed vrijwaren voor de sloop en de rijke geschiedenis ervan delen. Als we bij de vrijwilligers polsen naar details over de geschiedenis van de Oudenaarde, zijn de gepassioneerde heerschappen niet te stoppen. Ze hebben een emotionele band met het schip, dat ze teder hun ‘houten dame‘ noemen. Als oudgedienden van de Belgische zeemacht maakten ze ooit deel uit van de bemanning.

Veertien man aan boord

“Ik heb op dit schip van 1970 tot ‘72 mijn legerdienst gedaan als boordwerktuigkundige”, steekt François Masset (72) van wal. ”Na de Tweede Wereldoorlog waren vaarroutes bezaaid met mijnen en ander springtuig. Ons land had 62 mijnenvegers in drie categorieën. De ondiepwatermijnenveger MSI (minesweeper inshore, red.) is de kleinste, met veertien man aan boord”, legt François uit. Met zo’n kleine bemanning moest iedereen alles doen. “Wilde je als machinist alleen maar de machines bedienen, dan werd je op de vingers getikt”, zegt Martin Ferket (66). Hij deed zijn legerdienst op de Oudenaarde in de jaren zeventig. ”Je moest ook patatjes schillen, poetsen en schilderen. En bij het mijnenvegen was het letterlijk alle hens aan dek.”

Luxe kende de Oudenaarde niet. “Er waren maar zes bedden voor acht matrozen”, zegt François. “Waren we een tijdje onderweg, dan stonken we uren in de wind. Er was namelijk ook geen douche aan boord. Vandaar we ons altijd zo snel mogelijk naar de sanitaire gebouwen repten bij aankomst op een basis. In Engeland verzeilde ik zo in al mijn haast per ongeluk in de vrouwendouches. Zonder bijbedoelingen”, lacht hij. ”Sowieso was ons motto: alles wat aan boord gebeurt, blijft aan boord. Wat aan wal gebeurt, blijft aan wal.”


In 1988 uit dienst

En nu blijft ook de Oudenaarde aan wal. De mijnenveger is de enige die rest van zestien Belgische MSI‘s. “Wie had kunnen denken dat ik er nu nog zou staan te schilderen en koper te poetsen?”, zegt Martin. Hij legt uit hoe dat is gekomen. ”Het schip ging uit dienst in 1988 en verhuisde naar de marinebasis van Kallo. Toen die enkele jaren later werd opgedoekt, ging de Oudenaarde in bruikleen naar het Nationaal Scheepvaartmuseum aan het Steen. Daar begonnen vrijwilligers met het onderhoud en de restauratie.”

Minutieus en respectvol namen de mannen hun geliefde schip onder handen: de binnenkant met de vertrekken van matrozen, officieren en onderofficieren, de kombuis, de brug én de enorme buitenkant. De romp van de Oudenaarde is gemaakt uit hout, want de magnetische mijnen leverden gevaar op voor stalen schepen. “We hebben urenlang oude verflagen afgeschuurd en nieuwe aangebracht. Op het dek zetten we rubberverf, omdat er te veel waterlekken waren. Het originele houten dek had nadelen: we moesten het met zandzeep schuren, een lastig karweitje.”


Open voor publiek

In 2018 verhuisde de Oudenaarde van de Jordaenskaai aan het Steen naar de Droogdokkensite. “Deze plek is uniek en krijgt een nieuwe invulling met het toekomstige Maritiem Museum”, zegt voorzitter Luc Hofkens. ”Zeker in Antwerpen moet het maritieme verleden zijn plek blijven hebben.” Maar MPM is een private stichting, zonder overheidssteun. ”We zijn afhankelijk van giften en sponsoring voor het veiligstellen van dit erfgoed. De stad gaf ons wel de garantie dat we hier zeker zes jaar kunnen blijven. In het voorjaar van 2022 stellen we met gidsen de West-Hinder III open. De Oudenaarde is nadien ook te bewonderen, maar op het water mag het schip niet meer.”

Zelfs op het droge voel je de kracht die uitgaat van het trotse gevaarte. En je ziet weer prachtige tekenen van zijn vroegere glorie. Met dank aan de mannen met een groot hart voor ‘hun houten dame’. De vrijwilligers, allemaal gepensioneerden, zijn nu nog met vijf. ”We hebben dringend nieuw bloed nodig, maar het is niet eenvoudig om jongeren aan te trekken. Wel hebben drie studenten van de Hogere Zeevaartschool de machinekamer gerestaureerd. Maar de mensen vinden hun weg minder naar onze huidige locatie.”

 

mpmstichting.be

                                                                            

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ajxmenu1