HISTORIEK  HISTORIQUE  HISTORIC

 

 

H

 

 

 

 

 

                                                                                                                                                                

De Belgische vissers tijdens de tweede wereldoorlog

 

Door J. Verleyen


DE H.77 « GILDA », HET VAARTUIG VAN DE LEGENDE...


Van de talrijke Belgische vissersvaartuigen die aan de ontruiming van de Frans havens hebben deelgenomen, zijn enkele goed gekend gebleven. Sommige verdienen een titel van rekordhouder zoals de 0.86 « Georges-Edouard », rekordhouder van het aantal vervoerde soldaten. Wij hebben erover gesproken in NEPTUNUS 79/80 nr. 5. Binnenkort zullen wij de verhalen ,publiceren over de H.73 « André­ Robert-Denise », rekordhouder van het aantal ontruimde havens en over de Z.50 « Lydie-,S(uzanne », en H.40 « Bertha-Leon », rekordhouders van het aantal reizen tussen Duinkerke en Engeland,. De lezer heeft reeds vastgesteld dat zekere vaartuigen in het « Gulden Boek van het Zeewezen » ingeschreven Zijn terwijl andere vaartuigen die niet minder hebben gepresteerd in dit ere boek niet vermeld zijn. Recente opzoekingen bij de Historische Dienst van de Franse Marine hebben zelfs namen of nummers van tot nu toe onbekende vaartuigen aan het licht gebracht. Over de H.77 « Gilda », vaartuig waarvan de schipper alhoewel gekwetst zijn schip toch in Engeland heeft teruggebracht, heeft men veel gesproken terwijl nochtans vaartuig en bemanning totaal verdwenen zijn. Daarom verdient de H.77 « Gilda » de titel van « vaartuig van de legende ».


Verdwijning zonder spoor of zo goed als...

             

De H.77 « Gilda » was een houten vaartuig van 24,86 N.T. en 69,64 B.T. gebouwd, In 1936 te Zeebrugge, op de scheepswerven DE BACKER en uit- gerust met een 'motor van 150 P.K. en met radio. Dit was dus een groter schip dan vele 'andere en het was ook veel sneller dan schepen uitgerust met een motor van 100 P.K. of minder. Dit is een zeer belangrijk punt om de rol, van dit vaartuig te begrijpen. Het schip was eigendom van reder Petrus LATRUWE uit Helst. Tijdens de oorlog was het vaartuig vanuit Brixham bedrijvig en verdween met man en muis in december 1942 zoals wij zullen zien. Twee volle jaren lang hebben Theophiel DE GROOTE en andere vrienden gezocht om een foto van het vaartuig te vinden en dit zonder resultaat noch bij de familieleden van de 'bemanning en van de re- der, noch -bij de (scheepswerven die door de overstromingen van 1 februari 1953 erg geteisterd werden. In december 1979, ter gelegenheid van de Algemene Vergadering van die Federatie er Belgische. Zeelieden van de oorlogen 14/18 en 40/45, heeft Voorzitter R. RYCX nog een oproep gedaan aan de talrijke aanwezige leden. Drie leden hebben onmiddellijk geantwoord ,dat zij dachten dit kostbaar document in hun bezit te hebben. Jammer genoeg, werden wij opnieuw teleurgesteld. De ene na de andere liet weten dat hij niets gevonden had. Er werd toch een « zantje » teruggevonden, doch zonder afbeelding van het vaartuig. Al wat ontdekt werd is een foto van het schip bij het begin van de aanbouw. Deze afbeelding bevindt zich in een visserscafé te Zeebrugge. In deze omstandigheden, hebben wij 'besloten een foto van een dergelijk vaartuig te zoeken. Theehiel GROOTE heeft ons een foto van de Z.510 (vr de oorlog H.49) « De Blauwvoet » overhandigd. Dit houten vaartuig van 22,19 N.T. en 59,57 B/T werd in 1937 op dezelfde scheepswerven DE BACKER te Zeebrugge gebouwd. Dit is een punt van groot belang want deze ambachtelijke scheepswerven van houten vaartuigen hadden ieder hun eigen stijl. .Het vaartuig was ook uitgerust met een motor van 150 P.K. en met radio en was eigendom van reder Petrus UT­TERWULGHE uit Heist. Onze vriend Theophiel heeft ons bevestigd dat beide vaartuigen, ondanks een licht verschil van tonnemaat, hetzelfde uitzicht hadden.

Wat de bemanningsleden betreft, hebben wij reeds laten weten dat de twee mannen die in 1940 aan boord waren sedert lang overleden zijn. Dank zij het Gemeentebestuur van Knokke-Heist en in, het bijzonder Diensthoofd A. DESMIDT, ,hebben wij de volledige identiteiten bekom en van visser hernomen. Hij was thuis gekomen en hij was moe. Hij had zijn gasvuur aangestoken om iets te koken en viel slapend in zijn zetel. Destijds waren nog onderbrekingen in de levering van gas, zogezegde « coupures  », Degene die de oorlogsjaren en hebben gekend zullen zich dit herinneren. Het gas werd « afgesneden» en de vlam verdween. Later kwam het gas terug. Dries is aan het slapen gebleven en dit... voor eeuwig ! Karel VERBEKE, bijgenaamd « Karel Prume », zou integendeel een meer glorieuze dood vinden bij het vergaan van de Z.443 « Mercator », op 17 oktober 1967. Zijn naam prijkt op één van de veertien memoirieplaten van het ereplein aangelegd in het domein van het Nationaal Visserijmuseum te Oost­duinkerke ter nagedachtenis van de honderden op zee omgekomen Vlaamse vissers.

Wij mogen dus oprecht spreken van een verdwijning zonder spoor of bijna.

En toch werd erover officieel gesproken tijdens de oorlog...

De naam van de H.77 « Gilda » komt op al de lijsten van schepen die aan de ontruiming van Duinkerke hebben deelgenomen. Bij ministerieel besluit van de Minister van Verkeerswezen te Londen van 21 juli 1941, werden de namen van Andries GHESELLE, schipper, en Charles VERBEKE, matroos, resp. onder nr. 302 en 303 in het « Gulden 'Boek van het Zeewezen » (ingeschreven en dit wegens hun deelneming aan de ontruiming van Duinkerke met de H.77 « Gilda».

In nummer 1 van het tijdschrift « MARINE » van dezelfde 21 juli 1941, het eerste Nationale Feest werkelijk in het buitenland gevierd, verschijnt een artikel van de Heer Georges DEPOORTER, gewezen Waterschout te 'Nieuwpoort en thans Ere-Kapitein­ter-Zee bij onze Zeemacht, alias « Kapitein Viooltje ». In dit artikel : « De Belgische Vissers Vloot in Frankrijk, Mei-Juni 1940 », wordt de H.77 « Gilda » vermeld. Wij zullen (later op dit artikel, terugkomen want de melding heeft betrekking op de laatste overtocht vanuit Saint-Vaast-la-Hougue, tot Falmouth.

 

Een jaar later, opnieuw in « MARINE » van juni 1942, vinden wij een artikel waarvan afschrijft 'hieronder :
« EENVOUIDIGE HISTORIE « door P.V.
Meneere, 'k zoen willen weerkeren aan boord « van mijn schip'.

Met deze woorden werd ik in de eerste dagen van juli 1940 begroet door een visser die mij op mijn nederig bureeltje was komen bezoeken.
Natuurlijk is dit geen zeer belangrijk voorval op zich zelf : en toch heeft dit op mij een diepere indruk gemaakt dan vele vragen, soms zeer aan doenlijke, die, in de eerste maanden na de over dompeling van ons land en de daardoor veroor taakte uitwijking onzer vissersbevolking naar En geland, tot mij zijn gericht geworden.

De man die mij deze woorden toestuurde had niets weg van de kloeke, stevig gebouwde Visser die men zich gewoonlijk voorstelt. Integendeel leek hij eerder zeer tenger en alleen zijn door zeewater en zon getaand gelaat liet vermoeden dat hij werkelijk tot de gelederen onzer taaie vissers behoorde.

Wat mij het meest verwonderde in het verlangen van die brave mens was zijn gevorderde leeftijd. Wanneer veel zeelieden niet beter wensten dan gedurende enige tijd aan de gevaren der zee te kunnen ontsnappen, was het vurig verlangen van die man, op 56-jarige ouderdom, en wanneer het oorlogsgevaar op zee in hevigheid dreigde toe te nemen, ten spoedigste terug in te schepen om zijn alle daagse bedrijvigheid te hervatten.

En wat in deze historie nog merkwaardiger is, is de wijze waarop onze vriend te Londen was geraakt. Ziehier zijn lotgevallen.

Op 18 mei 1940 verliet het vaartuig H... G...» de haven van Zeebrugge. De bemanning bestont twee leden, onze vriend als schipper, en een matroos. Een zeker aantal passagiers waren in gescheept. De aftocht was pijnlijk, er moest van de ene naar de andere haven worden gevaren totdat eindelijk het schip voor bijzondere dienst werd opgeeist.

Misschien is het beter het verhaal van belang hebbende zelf aan te halen.
Hij vertelt dus :
De 30e mei kwamen wij te D... aan in een dikke mist veroorzaakt door het branden der olietanks aan wal. Wij scheepten zo spoedig mogelijk een groot aantal Franse en Engelse soldaten in, als ook de bemanning van een schip dat vóór de haven gezonken werd. Dit alles gebeurde onder een hevig bombardement, terwijl kranen in de dokken vielen en pakhuizen instortten. Toen wij klaar waren om te vertrekken werd een torpedo geworpen vanuit een Duits vliegtuig, drie naast ons vaartuig in het water ontplofte.»

De H... werd gans opgelicht, ik verloor het evenwicht en werd over de lier in het visruim geworpen, terwijl ik het bewustzijn verloor. Ik leed hevige pijnen in de rechter borstkas die ik getracht heb te stillen met kompressen. Ik slaagde er evenwel in het vaartuig buiten te brengen en naar R... te sturen. Aldaar werd ik met een Ziekenwagen vervoerd naar het hospitaal, alwaar werd vastgesteld dat ik drie ribben gebroken had ».
De held deze historie was dus nog niet goed ontslagen uit het hospitaal dat zijn hart opnieuw de zwerverijen op zee verlangde.

Hij wist nochtans wat het varen gedurende oorlogstijd betekent. Reeds in 1914-18 had hij zee dienst verricht ; hij werd vereerde met de  Heri neringsmedaille » en met de inschrijving op de  Rol der Marine ». Sedert september 1939 had hij zich reeds kunnen rekenschap geven wat in deze oorlog voor de zeelieden beschoren lag, hij heeft een grote proef doorstaan te D... en, niet tegenstaande zijn gevorderde ouderdom, wilde hij nog varen.

Aan zijn verlangen werd voldaan. De terugkeer aan boord van zijn schip werd hem vergemakkelijkt, hij kon herbeginnen te varen en hedendaags niet tegenstaande zijn 58 jaren is hij steeds paraat om aan de bevolking dezer eilanden een smakelijk visje te bezorgen.

Uit zulk hout zijn onze Vlaamse vissers gehakt !

Wij hebben onmiddellijk Dries GHESELLE (56 j. in 1940 en 58 j. in 1942) en zijn H.77  Gilde» her­kend. Wij vernemen dat hij in 14/18 gehecht is geweest aan het gemobilizeerde Belgisch Leger. Wij krijgen ook bevestiging van het feit dat zij op zaterdag 18 mei (eerste dag van de ontruiming van de Belgische vissersvaartuigen) Zeebrugge verlaten hebben en dat zij maar met twee bemanningsleden aan boord waren. Dit is een punt van belang want zij waren ook maar met twee te Duinkerke. Niemand had dus het boord verlaten. Wij vernemen ook dat een maand na zijn ontscheping te Ramsgate Dries GHESELLE het hospitaal had verlaten en zich bij de diensten van de Belgische Marine bevond om te vragen aan boord van zijn schip zo vlug mogelijk terug te mogen keren.

In de krant  ONAFHANKELIJK BELGIE », uitgege­ven te Londen door de Belgische Regering, nummer van donderdag 6 augustus 1942, Vinden wij een artikel waarvan uittreksels hieronder :


EEN HELDHAFTIGE BLADZIJDE IN ONZE GESCHIEDENIS
Het aandeel van de Belgische Zeelieden bij de ontruiming van Duinkerken ».


Een mededeling aan de pers
De H. Camille GUTT, Belgisch Minister van Landsverdediging, heeft een bezoek op het Brits Ministerie van Informatie afgelegd. De militaire eer werd aan de Minister bewezen door een detachement van de Home Guard dat vervolgens door hem geschouwd werd.

Tijdens een vergadering, welke plaats had onder voorzitterschap van de H. Ernest THURTLE, Parlementair Sekretaris van het Ministerie van Infornnatie en waarop een groot aantal journalisten aanviezig waren, heeft de H. GUTT een uiteenzetting gegeven over de deelneming van de Belgiche vissers aan de evacuatie van Duinkerken in juni 1940:
Het aantal jonge Belgische vissers die in de Belgische Sectie van de Royal Navy dienst doen groeit met de dag aan, zodat men thans vaak in de Britse zeehavens jonge mariniers ontmoet wier afkomst door het woord  Belgium », bovenaan de rechtermouw van hun uniform, aangeduid is. Er zijn er velen onder hen die bovendien op de borst de linten van een Engelse dekoratie, van een ereteken van de Verbonden en van een Belgische dekoratie, hulde van het Vaderland, dragen. Voor het merendeel behoorden zij tot de bemanningen van de vissersboten die zich hadden onderscheidein gedurende de evacuatie van Duinkerken waarvan hierna een uiteenzetting betreffende de Belgische deelneming volgt ».

Minister Camille GUTT geeft dan korte inlichtingen