HISTORIEK  HISTORIQUE  HISTORIC

 

 

H

 

 

 

 

 

                                                                                                                                                                                                                                                  

 

De raid op de Belgische kusthavens Zeebrugge en Oostende op 23 april 1918 is één van de roemrijkste militaire ondernemingen tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Strijdkrachten van de Britse Koninklijke Marine en van de Royal Marines voeren uit in een poging om de strategische havens Zeebrugge en Oostende te blokkeren, om de rampzalige verliezen aan de Britse handelsscheepvaart, toegebracht door de Duitse duikboten, tegen te houden.

Het betekende een aanval op een zwaar verdedigde Duitse duikbootbasis.

Vanuit hun basissen hadden ze drie jaar lang met hun U-boten het geallieerd scheepvaartverkeer langs de Britse oostkust, de Thamesmonding en het Engels kanaal aangevallen en vernield.

De twee Belgische kusthavens Zeebrugge en Oostende boden heel wat logistieke faciliteiten met name droogdok, herstellingswerven, enz.

Op 29 maart 1915 werd de U-Boot-Flotille Flandern opgericht met steunpunt Zeebrugge. De duikbo-tenoorlog was bedoeld om door het kelderen van een maximum aantal koopvaardijschepen, Groot-Brittannië dermate te verzwakken dat een uiteindelijke overwinning op het Westelijke front mogelijk zou worden, vooraleer de Verenigde Staten van Amerika de oorlog aan Duitsland konden verklaren.

In februari   1917 ontketende Duitsland de onbeperkte duik- botenoorlog, nog in dat jaar werden +/- 600 000 scheepstonnen vernietigd. De Britten probeerden de verliezen, enigszins laattijdig, te beperken door het konvooivaren in te stellen.

De Belgische kustzone was een heel zwaarbewaakt gebied. Aan het hoofd van deze militaire zone stond de energieke admiraal Ludwig von Schroder en Korvettenkapitein Karl Bartenbach voerde het bevel over de U-Bootflotille Flandern. Een van de meest succesvolle gezagvoerders van de Flotille Flandern was kapitein-luitenant Otto Steinbrinck. Met UB-57 torpedeerde hij 215 schepen voor een totaal aan scheepsruimte van 230 000 ton. Hij overleefde de oorlog en werd later SS StandartenfUhrer.

Ook Kapiténleutnant Lothar von Arnauld de la Perière stond aan de top wat betreft torpederingen van vrachtschepen. Hij vernietigde voor een totaal aan 500 000 ton scheepsruimte. Gedurende één enkele vaart vernietigde hij ongeveer 55 schepen voor een totaal aan 91 000 ton. Niemand heeft ooit beter gedaan, ook niet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij overleefde de oorlog en werd in 1937 tot konteradmiraal (Schout-bij-nacht) gepromoveerd. Hij opereerde vooral met de U-139 in het Middellandse zeegebied.
Wat betreft het konvooivaren, was de Britse admiraliteit van mening dat deze wijze van werken geen voordelen bracht voor de handelsvaart, dat er een tekort aan escortevaartuigen was en dat door de toenmalige primitieve uitrusting van de koopvaardijschepen, het niet mogelijk zou zijn hun positie 's nachts te handhaven in het konvooi. Pessimisten voegden daaraan toe dat konvooivaren veel geld zou kosten en daarom werd het ook maar laattijdig ingevoerd.

Dat er iets moest gedaan worden om de enorme verliezen aan schepen en mensenlevens in te perken, stond als een paal boven water.

Op het einde van 1917 nam vice-admiraal Roger John Brownlow Keyes, en later rear-admiral, het bevel over de Britse Admiralty. (rear-admiral = bevelhebber die de manoeuvres van de achterhoede van het eskader coôrdineert).

Als eerste maatregel werd de Dover Barrage ingesteld, een mijnenveld verankerd tussen de Franse kust en Dover. Duitse bronnen vermelden dat zeker 15 duikboten van de Flotille Flandern door dat mijnenveld tot zinken werden gebracht. Ook werden pogingen ondernomen door de pas opgerichte Britse Royal Air Force om de havens van Zeebrugge en Oostende door bombardementen te vernietigen, echter zonder positief gevolg. Als tegenmaatregel om hun duikboten maximaal te beschermen werden in Brugge duikbootbunkers gebouwd. Perfecte schuilplaatsen voor ongeveer 15 U-boten.

 

 

 

Uiteindelijk besliste viceadmiraal Roger Keyes om een verrassingsaanval uit te voeren, gelijktijdig op Zeebrugge en Oostende. Om een aanval met succes te doen slagen moest aan bepaalde voorwaarden voldaan worden:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Raid op Zeebrugge en Oostende moest plaatsvinden op 23 april 1918. Aldus vertrok 's avonds op 22 april 1918 vanuit de Theemsmonding een armada van schepen, bestaande benevens uit bovenstaande vermelde blokschepen ook nog de HMS Brillant en HMS Sirius plus 2 duikboten C1 en C3, geladen met springstof, op sleeptouw. Daarbij waren een zeer groot aantal motorlaunches en coastal motorboten. Die kleine armada moest zorgen voor het rookgordijn en moest na het afzinken van de blokschepen de zich nog aan boord bevindende bemanningsleden redden.

Het ganse eskader werd op de zeereis begeleid door torpedojagers en slagschepen.

HMS Brillant en HMS Sirius moesten naar Oostende varen om daar de havengeul te versperren.

HMS Vindictive geraakte met zeer veel moeite met zijn bakboordzijde langs de westkant van de Móle, mede door de sterke vloedstroom tijdens het hoog water te Zeebrugge, en dit gelukte slechts met behulp van het steunschip HMS Daffoudil.
Tijdens deze aanlegmaneuvers werd de HMS Vindictive zwaar onder vuur genomen door de Duitse batterijen die zich op het uiteinde van de Môle bevonden, in zoverre dat een groot aantal ladders, opgesteld aan de bakboorzijde van de HMS Vindictive, vernield werden. Deze ladders waren nodig om de commando's te ontschepen op de Môle.
Ook is te vermelden dat veel officieren van de Royal Marines aan boord van de HMS Vindictive door het artillerievuur van de Duitsers werden gekwetst of gedood nog voor ze konden ontschepen. Ze hadden de opdracht de Duitse stellingen op de kop van de Môle te neutraliseren, aldus konden de blokschepen met minder gevaar de Môle passeren. De Britse duikboot C3 werd tot ontploffing gebracht ter hoogte van het viaduct (zie bijgevoegd kaartje). De loopbrug werd volledig vernield en zo konden van Duitse zijde geen versterkingen worden aangevoerd.
Eenmaal geland op de Môle ontstonden vele lijf aan lijf gevechten tussen Duitse militairen en de Britse commando's, vaak met bajonet op het geweer. Men slaagde er echter niet in de Duitse weerstand uit te schakelen.

Het eerste blokschip HMS Thetis raakte met zijn schroeven de versperringen en strandde aan de westkant van de vaargeul, de twee andere blokschepen hadden meer geluk en werden tot zinken gebracht tussen de twee staketsels alhoewel ze er niet in slaagden om zich droog te leggen voor de Vandammesluis.

Ongeveer anderhalf uur na de landing werd de aftocht geblazen en de Britse armada voer terug naar Dover. De verliezen aan manschappen van de Royal Marines en het navypersoneel waren zwaar. Op een totaal van 1700 manschappen die deelnamen aan de Raid op Zeebrugge werden +/- 620 militairen gedood of gewond. Dit is meer dan 35 % aan verliezen. Aan Duitse kant waren de verliezen miniem. Een 20-tal werd gedood of gewond.

Resultaat, de vaargeul was niet volledig geblokkeerd en enkele dagen nadien werden baggerwerken uitgevoerd in de nabijheid van beide blokschepen zodat U-boten, zei het eerst bij hoog water, opnieuw konden uitvaren.

Tegelijkertijd voeren HMS Brillant en HMS Sirius als blokschepen naar de haven van Oostende. De Duitsers hadden echter voorkennis van het aanvalsplan. De Stroombankboei voor de haven van Oostende werd ongeveer 2 kilometer meer naar het oosten verlegd. Om in de haven van Oostende te komen moest de Stroombankboei aan stuurboord gehouden worden, beide schepen strandden echter ter hoogte van het Fort Napoleon nabij Bredene en werden ter plaatse tot zinken gebracht. Deze raid was een volledige mislukking.

Maar viceadmiraal Roger Keyes kreeg van de Britse autoriteiten toelating om een tweede poging te ondernemen om de haven van Oostende te blokkeren. HMS Vindictive werd haastig en zoveel als mogelijk hersteld en in de nacht van 9 op 10 mei 1918 zou de HMS Vindictive tot zinken worden gebracht tussen het Wester- en Oosterstaketsel van de haven van Oostende. Tijdens die operatie werd het zicht belemmerd door mist maar toch slaagde men erin omstreeks 02:00 uur op 10 mei 1918, de haven op te lopen, doch tijdens dat manoeuvre werden de gezagvoerder, kapitein Alfred Godsal en de tweede in bevel, gedood door granaatinslagen.

Men slaagde er ook niet in om HMS Vindictive slaags (dwars) te krijgen o.a. door schade aan de schroeven en uiteindelijk werd het Ooster-staketsel geramd onder een hoek van 20 graden. Het schip is daar gezonken en heeft nooit zijn taak als blokschip kunnen vervullen.

Men kan terecht stellen dat de raid op Oostende tweemaal mislukt is.


Conclusies
Lloyd George, Britse eerste minister, en ook het oorlogskabinet verklaarden o.a.: "The successfull efforts you have made to deal with the submarine menace at the source. The blocking of Ostend puts the finishing touch to the gallant achievement at Zeebruges." (NVDR De succesvolle inspanningen die u deed om de onderzeeboot dreiging bij de bron aan te pakken. De blokkering van Oostende zet de kers op de taart van de dappere prestatie in Zeebrugge.)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een Duits communiqué deelde het volgende mede: "De blokkering van de haven van Oostende is totaal mislukt. Nogmaals heeft de vijand onnodig mensenlevens en schepen opgeofferd."
Ook de Britse pers bleef niet bij de pakken zitten in het verspreiden van informatie. Het gezaghebbend dagblad The Times publiceerde de volgende uitspraken van de eerste minister Lloyd George in verband met de raids op Zeebrugge en Oostende, in een zeer bombastische stijl:
"These are thrilling deeds that give new heart to a people, not merely for the hour, but when they come to be read by our children and our children's children, for ages to come. They enrich our history, they enrich the caracter of our people, they fertilize the manhood of the land." (NVDR Dit zijn opwindende acties die een volk een nieuw hart geven, niet alleen nu, maar ook als ze gelezen worden door onze kinderen en de kinderen van onze kinderen. Ze verrijken onze geschiedenis, ze verrijken het karakter van onze mensen, ze bemesten de mannelijkheid van het land.)

Het is bekend dat het moraal van de Britse bevolking werd opgepept gezien er gedurende lange tijd van het Westelijke front op het conti-nent niets anders dan negatieve berichten kwamen.
Poor planning, poor briefing was een van de oorzaken van de mislukking of nog zoals admiraal Sir John Fihser o.a. verklaarde: No such folly


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ruimschoots Juli 2020