HISTORIEK  HISTORIQUE  HISTORIC

 

 

H

 

 

 

 

 

                                                                                                                                                                                                                                          

De Wielingen 10, W10, of Whisky Ten is de eerste boei op Vlissingen Rede die de westelijke vaarroute markeert die de Westerschelde via de Wielingen, het Scheur en de Wandelaar door de Vlaamse Banken met de open zee verbindt.

Bij aanmonstering viel hij al op door zijn korte gestuikte postuur. Lago Lopez, 51 jaar, Spanjaard en al een jaar of vijftien ingeschreven in het rattekot als matroos. Hij had een opgewekt humeur, was de vriendelijkheid zelve, en sprak Frans met dat zangerige accent van Galioië waar onze Spaanse matrozen uit Vigo en La Coruna een patent op schenen te hebben. Bij de indeling van de wachten kwam hij bij mij in de 8-12 wacht te staan. Helaas rees daar één probleem. Lago was namelijk te laag van opbouw om die bastaard van een Brusselle stuurinrichting met een degelijk roergangersvakmanschap te bedienen. Aan het stuurwiel draaien, dat lukte nog wel — alhoewel zijn buikje wat tegen de spaken aanschuurde — maar de wijzerplaat van het gyrokompas aflezen, daar kwam hij met zijn één meter vijftig net niet aan toe.

Van bij de eerste dag na afvaart uit Antwerpen voor de kleine reis naar Hamburg, toog Lago naar de bootsmanslocker voor de fabricatie van zijn geheime wapen. Na een selectie van houtwerk, werd er naarstig gemeten, gezaagd, geschaafd en genageld. Twee lagen glanslak gingen er op het kunstwerkje, dat vervolgens enige dagen uit het zicht verdween om de verf te laten uitharden. Enfin, het eindresultaat mocht gezien worden; een wit gelakt opstapbankje waarmee onze kleine Spanjaard in één ruk twintig centimeter groter werd, zodat hij de gestuurde koers met behulp van zijn bril toch kon aflezen. Het hulpstukje werd bij afvaart uit Bremen richting Rotterdam uitgetest en voldeed aan de verwachtingen van zijn schepper. Van dan af zou Lago elke wacht op de brug verschijnen met zijn kleinood onder de arm. Na de wacht nam hij het hebbeding steevast terug mee naar de veiligheid van zijn kajuit.

Na de kleine reis en een uitgebreide tweede stop in de thuishaven Antwerpen, werd de Montenaken afgeladen om via Le Havre zuidwaarts terug te keren naar zijn operatiegebied langsheen de Afrikaanse westkust. In de Boudewijnsluis, met de voorsleepboot ingespannen, leek het erop dat het een mistige avondvaart zeewaarts zou worden. Naarmate de zichtbaarheid afnam, nam de nervositeit van kapitein Chasseur zienderogen toe. Was hij bij afvaart aan het Leopolddok al behoorlijk opgewonden, toen we op stroom de sleper lossmeten was de brug allang te klein voor zijn imposante figuur. Hij volgde de loods als een schaduw, controleerde roeruitslag en gestuurde koers en beende mompelend het stuurhuis op en af. lk kreeg af en toe een zwier van zijn vooruitgestoken buik als ik niet tijdig de plaat poetste achter de radar.

De rivierloods scheen er zich allemaal niet druk over te maken. Hij gaf beheerst zijn roerorders en verbleef het grootste deel van de tijd achter de grote radar. Als hij toch enige mate uit zijn normale doen zou geweest zijn, dan had dat moeten blijken uit de vele tassen zwarte koffie die hij tot zich nam en de batterij sigaretten die hij pafte. De matrozen deden om beurt een uur roerganger, waarna zij hun jas terug aantrokken om op de brugvleugel uitkijk te doen. Even voor de Pas van Borssele had Lago zich met zijn trouwe voetbankje onder de arm aangeboden aan de stuurstand. Hij zette zijn brilletje op, nam trots plaats op zijn nieuwe meubeltje en herhaalde in gebroken Frans de te sturen koers. Even later vroeg de loods vaart te minderen en begon hij op kousenvoeten de Rede van Vlissingen op te varen. De redeboot kwam schoorvoetend buiten, zocht en vond de Montenaken en leverde de zeeloods af. Beide loodsen onderhielden zich korte tijd aan de grote radar, schudden elkaar de hand, en met Goede reis Kapitein, verliet de rivierloods de brug. De zeeloods liet het schip terugkomen over stuurboord, vroeg midscheeps en kwam vooraan staan op zoek naar de W10 boei aan stuurboord. Plots echter dook het rode pinklichtje aan bakboord op uit de mist. Met die voorligging gingen we de plaat op, in plaats van de Wielingen in.

Bakboord vingt, en de matroos begon het wiel terug naar links te werken. Het zicht van de rode boei aan de verkeerde kant en het kleine mannetje op zijn houten opstapje zwoegend aan het wiel werden Chasseur écht te veel. Met zijn buik vooruit als stormram katapulteerde hij Lago Lopez tegen dek, nam zelf het wiel ter hand en maakte er zowaar Hard bakboord van. Het schip gierde naar bakboord en kwam ruim vrij van de W10. Lago lag achter de console en had zijn gelakte bankje al geborgen, maar zijn brilletje terugvinden in het pikdonker, daar kwam nog een pillamp aan te pas. Zijn bril was als bij wonder onbeschadigd uit de strijd gekomen, en met zijn beide hulpstukken bood hij zich terug aan om te sturen. Kapitein Chasseur had ondertussen de juiste koers voorgelegd en gaf het wiel doodkalm terug over aan matroos Lago Lopez, die de roermaneuvres op zich zou nemen tot het einde van de wacht. De machine ging terug op vol vooruit en de Montenaken ging verder op haar 15 knopen richting loodskotter.

De rest van de boeien hebben we waarschijnlijk aan de goede kant voorbijgevaren, want toen we de volgende morgen terug de wacht opkwamen, stoomden we bij goed zicht het Channel Light Vessel voorbij, bij goed zicht en in de juiste laan van het Verkeersscheidings-stelsel.
m.s. MONTENAKEN Februari 1980

 

Spaanse Matrozen
De bemanning van een koopvaardijschip bestaat voor de helft uit officieren en de andere helft uit lagere bemanning. Van deze groep zijn de matrozen de grootste. De bootsman (Boatswain) is als ploegbaas de enige onderofficier. Hij heeft 4 tot 6 volmatrozen (Able Bodied Seaman (AB)), 1 of 2 lichtmatrozen (Ordinary Seaman (OS)) en een scheepsjongen (dekboy) onder zich. Sommige Volmatrozen doen ook dienst in de machinekamer (AB/Wiper) en de scheepsjongen doet zijn dagtaak in de keuken.

Alle bemanningsleden monsterden aan via de Pool der Zeelieden. De lagere bemanning had een beurtrol en werd opgeroepen voor aanmonstering als zij bovenaan de rol stonden. Zij werden toegewezen aan het eerstvolgende schip dat moest bemand worden.

De Pool der Zeelieden keek erop toe dat de bemanning van Belgische schepen bestond uit Belgische onderdanen. Enkel bij een tekort aan Belgen konden vreemde nationaliteiten ingeschreven worden voor een welbepaalde functie aan boord van zeeschepen. Vanaf begin jaren 1970 werden meer en meer buitenlanders als matrozen ingeschreven in de Pool der Zeelieden. Het grootste contingent vreemde matrozen bestond uit Spanjaarden. Die Spaanse matrozen kwamen bijna allemaal uit Vigo, El Ferrol en La Corulia in Galicië. Het waren hardwerkende en betrouwbare matrozen die aan boord waren omwille van de goede Belgische verloning en raar of zelden aan wal gingen. Zij spraken een soort Spaans-Frans koeterwaals met een zware ronkende tongval en spraken ons steevast aan als stuurman (stuurman). Ze waren steeds sober en klaar voor dienst, zeelieden van de eerste orde, trouw en gedisciplineerd en zorgden nooit voor overlast. Dat kon niet altijd van onze Belgische matrozen gezegd worden...

Ruimschoots october 2020

 

 

 

 

 

 

 

 

ajxmenu1