HISTORIEK  HISTORIQUE  HISTORIC

 

 

H

 

 

 

 

 

                                                                                                                                                            

De kanaaldiensten(II)

                                                                                  

 

In 1949 kwam de « CARFERRY » in dienst tussen Dover en Oostende. Het vaartuig kon circa 100 auto's inschepen. In 1952 werd door de Britse spoorwegen hun eerste specifieke rij op rij af carferry in dienst genomen, de « LORD WARDEN ».

                      
Het schip kon 120 auto's vervoeren en werd ingelegd tussen Dover en Boulogne. Het schip had zoals de « CARFERRY » slechts één garagedek. Townsend had een paar jaar vroeger de « HALLADALE » in dienst genomen. Het vaartuig bood plaats aan 60 auto's en 388 passagiers. Een groot gedeelte van de auto's werd gestuwd op een open dek en moest bij slecht weer afgedekt worden met dekzeilen.
In 1956 werd het N.V. « Townsend Car ferries Ltd. » overgenomen door de George Nott Industries uit Coventry. Captain Townsend trok zich terug uit de maatschappij en ging zich vestigen te Bournernouth, als rentenier. De maatschappij behield echter de naam « Townsend Car Ferries ».
In 1958 werd door het Zeewezen een tweede carferry in de lijn gebracht, de « ARTEVELDE », die de vervoerscapaciteit op de lijn tussen Dover en Oostende met meer dan 150 % verhoogde.
Eveneens in 1958 werd de eerste franse carferry, de « COMPIEGNE », in dienst genomen op de lijn tussen Dover en Boulogne. Het jaar daarna, op de 28ste mei, bracht British Rail een nieuwe carferry in dienst, de « MAID OF KENT ». Het schip kon 180 voertuigen inschepen en is het enige schip van British Rail dat Dover heeft als thuishaven. Met uitzondering van de « NORMANNIA » hebben de overige schepen van British Rail Londen als thuishaven (de « NORMANNIA » is ingeschreven te Southampton). Door het in dienst treden van de « MAID OF KENT » werd de « DINARD » overtollig en werd hij verkocht aan een Finse rederij.
In 1961 werd de « HALLADALE » van Townsend uit de lijn genomen en het volgend jaar verkocht. Alhoewel Notts Industries reeds in 1956 Townsend had opgeslorpt, was het slechts in 1962 dat de nieuwe rederij op volle toeren begon te draaien.
Notts had zich gedurende de vijf eerste jaren tevreden gesteld met het uitbaten van de « HALLADALE », een schip met eerder beperkte mogelijkheden. Doch in de volgende vier jaar zou de rederij drie nieuwe schepen in de lijn brengen en daarenboven het Belgisch monopolie voor vervoer tussen Dover en de Belgische kust doorbreken. Notts (Townsend) werd een geducht concurrent voor de overige veerdiensten. De aandelen van Notts Industries stegen in zeer korte tijd van 9 tot circa 35 shilling.
Het eerste van de nieuwe schepen, de « FREE ENTERPRISE » werd gebouwd op de werf van het N.V. GUSTO te Schiedam, voor de som van één miljoen pond (140.000.000 fr.). De « FREE ENTERPRISE » is een eerder vrij compact schip, waarvan Townsend uiterst tevreden was, zodanig dat alle volgende schepen op de werf van Gusto werden gebouwd. Het is wel eigenaardig dat een rederij die in haar banier de slogan « Buy British » (Koop Brits) voert haar schepen laat bouwen in het buitenland (al beschouwen de Britten de Nederlanders als anglofielen).

                        
In hetzelfde jaar als de « FREE ENTERPRISE » kwam de derde carferry van het Zeewezen in de vaart, de « KONINGIN FABIOLA ». Het M.S. « KONINGIN FABIOLA » was het eerste schip voor de Oostende-Dover lijn niet gebouwd op de Cockerill werven sinds 1892, toen door de werven van William Denny uit Dumbarton, Groot-Brittannië, de radarboot SS. « LEOPOLD II » werd gebouwd.
Op het einde van 1963 besloot British Rail de pakketbootdienst tussen Southampton - St. Malo en Le Havre op te schorten. Daar zodoende twee pakketboten vrij kwamen werd er beslist om beiden om te vormen tot carferry.

De « FALAISE » werd het eerste schip op de nieuwe lijn tussen Newhaven en Dieppe ter-wijl op 21 april 1964 het T.S.S. « NORMANNIA » in dienst kwam tussen Dover en Boulogne. Een capaciteit van 110 voertuigen maakte van het schip de kleinste carferry van British Rail. Door de aard van de ombouw heeft de « NORMANNIA » geen passagiershutten noch restaurant. De passagiers moeten zich tevreden stellen met een zelfbediening snackbar. (Het schip werd in 1952 gebouwd).

Tegen de tijd dat de « NORMANNIA » van British Rail in dienst kwam was het bekend dat er in de loop van 1965 drie nieuwe carferries in dienst zouden komen, vóór het zomerseizoen '65. Nieuwe ontschepingsbruggen waren gepland te Boulogne en te Kales, terwijl de Dover Harbour Board meer dan twee hectaren grond op de zee won en daar een derde ontschepingsbrug bouwde.

Het tweede Townsend schip, de « FREE ENTERPRISE II » kwam in mei '65 in dienst. Het was het eerste schip te Dover met ontschepingspoorten vóór en achter.

                          

Na dit schip kwam de nieuwe carferry van British Rail in de vaart, de « DOVER », terwijl vlak vóór de zomer het derde nieuw schip, de « ROI BAUDOUIN » van het Zeewezen de vloot op het Kanaal kwam versterken.

Het honderdjarig contract voor het vervoer van de post, dat afgesloten was tussen de Britse Koningin Victoria en de Belgische Regering, eindigde in 1962. Dit was gedeeltelijk de aanleiding tot een verzoek van een britse private maatschappij, Townsend Car Ferries Ltd., om een carferrydienst in te richten tussen Dover en de Belgische kust. Het Zeewezen dat zich steeds inspande om de rentabiliteit van zijn eigen vloot te verhogen, reageerde negatief tegenover dit verzoek. Townsend won uiteindelijk het pleit, zodat in maart 1966 het honderdjarig monopolie van het Zeewezen doorbroken werd, toen de « FREE ENTERPRISE II » de route Dover-Zeebrugge inwijdde.

In juni 1966 kwam een nieuwe Franse carferry in dienst, de « CHANTILLY ». Het schip is uitgerust met een lift tussen de garagedekken en de passagiersverblijven, terwijl eveneens een speelruimte voor kinderen voorzien is.

In juli 1966 nam Townsend een derde carferry in de dienst, de « FREE ENTERPRISE III », eveneens gebouwd op de werven van Gusto te Schiedam. Het schip kan 250 auto's vervoeren. Evenals de « FREE ENTERPRISE II » kan bet schip, te Dover, terzelfdertijd op twee niveau's laden.

Toen in 1965 de General Navigation Company haar activiteit inkromp, kocht één van de leden van George Nott groep (waarvan Townsend eveneens deel uitmaakt), de Stanhope Steam Ship Company, de « ROYAL SOVEREIGN » af van deze maatschappij. Het schip werd te Amsterdam omgebouwd tot « ro-ro » (carferry voor vrachtwagens). Het schip werd door Townsend gecharterd en werd in augustus 1967 ingezet op de lijn tussen Dover en Zeebrugge.

In 1967 werd te Dover begonnen met de bouw van een helling en station voor luchtkussenvoertuigen (hovercraft). In augustus 1968 werd de hovercraftdienst gestart tussen Dover en Boulogne door British Rail met een S.N.R.4 (zie SCHUTTEVAER, 2e jaargang, nr. 8).

Vóór het hoogseizoen '70 zal Townsend nog een carferry in dienst nemen, de « FREE ENTERPRISE V ». Dit schip is een zusterschip van de « F.E. IV », op enkele details van de binneninrichting na. Zo werd aan boord een zelf-bedieningswinkeltje ingericht. Dit is de eerste maal dat een dergelijke « shop » aan boord van een kanaalschip werd ingericht. Op dit ogenblik is het misschien wel interessant een blikje te werpen op de ontwikkeling van de Townsendschepen.

Alle « F.E. » werden op de I.H.C. Holland werf Gusto te Schiedam gebouwd. De « F.E. I » werd in 1962 geleverd, de II en de III respectievelijk in 1965 en 1966. De F.E. IV werd in 1969 afgeleverd.

De afmetingen van de schepen zijn :
F.E. I - lengte over alles 96,50 m., breedte 15,85 m ;
F.E. II - lengte over alles 108,10 m, breedte 17,90 m ;
F.E. - lengte over alles 117,50 m, breedte 18,60,m ;
F.E. IV en V - lengte over alles 117,50 m., breedte 19,05 m.

                        
Ondanks het feit dat de « FREE ENTERPRISE III » en « FREE ENTERPRISE IV » dezelfde lengte over alles hebben en beide ontworpen zijn voor het vervoer van 1.200 passagiers en 280 auto's, zijn het niet volledig zusterschepen. Behalve dat de laatste iets breder is dan de voorgaande, zijn er meer verschillen. De F.E. III is uitgerust met twee, de F.E. IV met drie schroeven. Verder is het front van de bovenbouw gewijzigd.

Voor is er een « observationroom » met grote vooroverhellen ramen, zodat de passagiers, gezeten in luxueuse vliegtuigstoelen, een vrij uitzicht op het dek en de zee hebben. Achter de « observationroom » zijn twee salons waar ook winkels en bars gelegen zijn. De sfeervolle eetzaal biedt plaats aan 134 passagiers.

Een dek hoger zijn drie zitsalons, die dienst doen als « rustsalons » en waar de lichtsterkte van de verlichting naar behoefte geregeld kan worden. Op het sloependek zijn 17 twee tot vier-persoonshutten, die overdag zitplaats bieden aan zes passagiers.

                          

Evenals de voorgaande F.E. ferries zijn ook de IV en de V voorzien van Smit-MAN motoren. Deze geven de schepen een snelheid van circa 20 knopen vooruit - en meer dan 15 knopen achteruitvarend. Het totale vermogen van de geïnstalleerde machine is 16.000 PK.

Het is eveneens ook wel interessant om enkele cijfers te vergelijken wat de trafiek 1969 betreft (aantal verhandelde wagens en passagiers).

Passagiers (CF ± Pak.)    Auto's
Oostende     1.960.390    220.592
Zeebrugge   341.495      77.344
Dover 4.373.226    752.223


TREINFERRIES UIT DOVER

Sinds de Eerste Wereldoorlog werden er door de Britten treinferries ingelegd tussen Albion en het Europese vasteland. In 1917 besloot het Britse Ministerie van Oorlog (The War Office - Landsverdediging bij ons !) speciale veerponten voorzien van sporen te gaan gebruiken voor het verschepen van spoorwegmaterieel van Groot-Brittannië naar het front op het vasteland. Nog in hetzelfde jaar werden geregelde diensten geopend tussen Southampton Richborough op de Britse zuidkust en de Franse havens Dieppe, Kales en Duinkerke. Een van deze veerponten was de eigenaardige S.S. « LEONARD », uitzonderlijk, omdat het voorzien was van een beweegbaar treindek, dat op gelijk niveau met de kaai kon gehesen worden voor het laden en het lossen.

                      

Voor zover ons bekend, heeft geen enkel ander treinferry een dergelijke installatie gekend. Het S.S. « LEONARD » werd in 1914 gebouwd door Cammell - Laird te Birkenhead. Het vaartuig voer op de Sint-Laurence stroom in Canada, totdat het in 1917 werd aangekocht door de Britten voor de Kanaalveerdienst.

Na de eerste wereldbrand werd het schip omgebouwd tot tanker. Deze oorlogsveerdiensten zijn de oorsprong geweest van de dienst tussen Harwich en Zeebrugge.

In 1936 werd een treinferry dienst opgericht tussen Dover en Duinkerke. De doorgaande nachttrein Londen-Parijs maakt van deze verbinding gebruik.

                        

Ten behoeve van deze dienst werden drie schepen gebouwd in 1934-35, de « TWICKENHAM FERRY », de « HAMPTON FERRY » en de « SHEPPERTON FERRY ». De « TWICKENHAM FERRY » werd in 1939 aan de Fransen i(Angleterre - Lorraine - Alsace S.A. de Navigation) overgemaakt als compensatie voor het verlies aan trafiek op de Duinkerke-Folkestone lijn.

Naast spoorwegwagens en handelsvoertuigen kunnen deze schepen een aantal auto's vervoeren in een garage op het achterdek.

In 1952 brachten de Franse Spoorwegen een nieuwe treinferry in dienst, de « SAINT GERMAIN ». Het schip werd gebouwd te Elsiniir in Denemarken. Het schip fungeert tevens als reserve schip voor de carferry dienst Dover-Boulogne, waarbij het 130 voertuigen kan inschepen. De « SAINT GERMAIN » kan 35 spoorwagens aan boord nemen en is voorzien van 30 slaapsteden voor passagiers.

Naast spoorwegwagens en handelsvoertuigen kunnen deze schepen een aantal auto's vervoeren in een garage op het achterdek.
In 1952 brachten de Franse Spoorwegen een nieuwe treinferry in dienst, de « SAINT GERMAIN ». Het schip werd gebouwd te Elsiniir in Denemarken. Het schip fungeert tevens als reserve schip voor de carferry dienst Dover-Boulogne, waarbij het 130 voertuigen kan inschepen. De « SAINT GERMAIN » kan 35 spoorwagens aan boord nemen en is voorzien van 30 slaapsteden voor passagiers.
In 1969 bracht British Rail een nieuwe polyvalent schip in de lijn, de « VORTIGERN », die echter in de zomer dienst doet als carferry tussen Dover en Boulogne. In hetzelfde jaar werd de « HAMPTON FERRY » uit dienst genomen.
VEERDIENSTEN UIT SOUTHAMPTON
Normandy Ferries
Deze private rederij, beheerd in partnership door de General Steam Navigation Co, Ltd., en de Société Anonyrne de Vérance et d'Armement baat een lijn uit tussen Southampton en Le Havre.
De overtocht duurt zowat 7 uur. Tijdens het hoogseizoen zijn er tot 10 afvaarten per week, in beide richtingen, terwijl er tijdens de overige maanden een dagelijkse dienst verzekerd wordt. De kostprijs van een enkele overtocht bedraagt 3-18 s (ongeveer 465 fr.).
De lijn beschikt over twee moderne carferries, de « DRAGON » en de « LEOP.ARD » van 6000 ton, die 511 passagiers kunnen inschepen en 250 auto's, of 65 vrachtwagens. Townsend Thoresen Ferries
De Thoresen Ferries die in 1968 samensmolten met Townsend, baten twee lijnen uit met Southampton als uitgangspunt, één naar Le Havre, de tweede naar Cherbourg.

                      

In 1969 bracht British Rail een nieuwe polyvalent schip in de lijn, de « VORTIGERN », die echter in de zomer dienst doet als carferry tussen Dover en Boulogne. In hetzelfde jaar werd de « HAMPTON FERRY » uit dienst genomen.


VEERDIENSTEN UIT SOUTHAMPTON

Normandy Ferries

Deze private rederij, beheerd in partnership door de General Steam Navigation Co, Ltd., en de Société Anonyrne de Vérance et d'Armement baat een lijn uit tussen Southampton en Le Havre.

De overtocht duurt zowat 7 uur. Tijdens het hoogseizoen zijn er tot 10 afvaarten per week, in beide richtingen, terwijl er tijdens de overige maanden een dagelijkse dienst verzekerd wordt. De kostprijs van een enkele overtocht bedraagt 3-18 s (ongeveer 465 fr.).

De lijn beschikt over twee moderne carferries, de « DRAGON » en de « LEOPARD » van 6000 ton, die 511 passagiers kunnen inschepen en 250 auto's, of 65 vrachtwagens. Townsend Thoresen Ferries
De Thoresen Ferries die in 1968 samensmolten met Townsend, baten twee lijnen uit met Southampton als uitgangspunt, één naar Le Havre, de tweede naar Cherbourg.

Tijdens de zomermaanden zijn er 10 afvaarten per week naar Le Havre en 18 naar Cherbourg. Er is een dagelijkse dienst, op beide routes, tijdens de andere seizoenen.

De overtocht naar Cherbourg is korter dan naar Le Havre en neemt 5 uur in beslag. De tarieven zijn dezelfde als op de Normandy Ferries op de beide routes.

Thoresen beschikt over vier carferries op deze routes, de « VIKING I », II, III en IV, waarvan de laatste slechts vrachtwagens opneemt.

In juli 1968 werd door het Zeewezen een vijfde carferry in lijn gebracht, de « PRINCESSE ASTRID », gebouwd door Boelwerf te Temse. De nieuwe lijn tussen Oostende en Harwich werd gestart op 29 mei 1968.

In juni 1969 werd door Townsend een vijfde schip in de vaart genomen, de « FREE ENTERPRISE IV ». Het schip werd op 1 maart 1969 te water gelaten op de werven van Gusto (I.H.C.) te Schiedam. Het wordt aangedreven door drie schroeven met verstelbare spoed en is uitgerust met twee boegschroeven, die een gezamenlijke stuwkracht hebben van meer dan 10 ton. Het schip kan 280 personenvoertuigen vervoeren en 1.200 passagiers, of een combinatie van 40 vrachtwagens en 60 auto's.

In juli 1969 werd door British Rail een nieuwe carferry ingezet tussen Dover en Boulogne, de « VORTIGERN ». Het schip, dat 4.800 ton meet, werd gebouwd door Swan Hunter voor de som van 2,5 miljoen pond sterling (circa 300.000.000 frank). Het is het eerste van een reeks polyvalente schepen die door British Rail in dienst zullen genomen worden (er bestaan plannen voor 25 schepen). De S.S. « DOVER » werd bij het in dienst komen van de « VORTIGERN » overgeplaatst naar de diensten op de Ierse Zee.

De « VORTIGERN » wordt in de zomer gebruikt op de carferrydienst tussen Dover en Boulogne en tijdens de overige seizoenen van het jaar op de treinferry dienst tussen Dover en Duinkerke.

Het schip kan 1.000 passagiers vervoeren en 240 auto's. Als treinferry kan het 30 goederenwagens inschepen en 40 auto's, of 10 slaapwagens, 11 goederenwagens en 40 auto's, of 40 vrachtwagens en 40 auto's, of combinaties van deze.

De « VORTIGERN » is circa 116 meter lang (over alles) en heeft een breedte van 18,60 m (tussen de spanten). Het schip heeft een vermogen van 14.560 pk (Crossley Pielstick) en wordt gedreven door twee schroeven met verstelbare spoed. Het is uitgerust met een boegschroef, dubbel achterroer, voorroer en stabilisatoren.


DE OVERIGE DIENSTEN

Naast de reeds beschreven diensten uit Dover en Southampton en de lijnen naar de Kanaal Eilanden, worden er nog vier kanaaldiensten uitgebaat, één door de Britse Spoor-wegen( B.R.), twee door de Franse Spoorwegen (S.N.C.F.) en één door het Belgische Zeewezen. De lijnen van de Engelse Oostkust naar het continent worden hier buiten beschouwing gelaten, daar dit in wezen Noordzee veerdiensten zijn en geen Kanaaldiensten. (Als het Kanaal wordt beschouwd als de zee-engte tussen Frankrijk en Engeland - de Britten noemen de zee-engte : « The English Channel - het Engels Kanaal - de Franse « La Manche » - trechternet - buis).

1- Folkestone - Boulogne

Deze pakketboot dienst wordt uitgebaat door Britse Spoorwegen. Op deze lijn worden twee schepen ingezet, de « MAID OF ORLEANS » en de « ST. PATRICK ».

De « MAID OF ORLEANS » werd gebouwd in 1949 voor de British Transport Commission, en was één van de eerste schepen gebouwd voor rekening van de genationaliseerd spoorwegen. De pakketboot « ST. PATRICK », zoals de naam laat vermoeden, werd origineel ingezet op de lijnen in de Ierse Zee (Fishguard - Roselare), en gebouwd in 1948. In 1959 werd het schip overgenomen door de British Transport Commission en ingezet op het Kanaal. Het werd gebruikt op de Southampton - Le Havre en Southampton - St. Malo lijnen totdat deze in 1964 werden opgeheven. In april 1965 werd het schip ingezet op de Folkestone - Boulogne route, nadat het omgebouwd werd tot een « enkele klasse » schip.

De overtocht tussen Folkestone - Boulogne duurt ander half uur.

2 -Folkestone - Kales

Deze pakketbotendienst werd uitgebaat door de Franse Spoorwegen niet één schip, de « COTE D'AZUR ». Het schip werd in 1951 gebouwd op de werven van de S.A. Forge de la Méditerranée te Le Havre. Het schip kan 1.450 passagiers inschepen, doch het beschikt over geen ligplaatsen. De overtocht duurt 1 u 30.

                        

3 - Newhaven - Dieppe
Deze carferry dienst, ingesteld in 1964, wordt uitgebaat door de Franse Spoorwegen met twee carferries, de « VALLESCAY » en de « VILLANDRY ». Deze twee schepen werden gebouwd in 1965 en zijn qua lijn praktisch identiek met de « CHANTILLY » van de Kales-Dover route. Ze kunnen 152 auto's opnemen. Op deze lijn worden in de zomer tot 6 afvaarten ingelegd. De overtocht duurt 3 u 45. Op deze schepen zijn er slechts 16 ligplaatsen in hutten, ter beschikking van de passagiers.

(Op de « CHANTILLY » 8 - ter vergelijking op de « PRINCESSE ASTRID » zijn er 151, op de « F.E. V » 68).
De tarieven van voertuigen zijn dezelfde als voor de Dover lijnen, doch de passagiers betalen heel wat meer, namelijk £ 3-10-0, ten overstaan van E 2-12-0.

De afstand Newhaven - Dieppe bedraagt 64 mijl, Oostende - Dover 61,5.

4 - Oostende - Folkestone

Pakketbotendienst uitgebaat tijdens het zomerseizoen door het Belgisch Zeewezen.


FOLKESTONE
Door British Rail Sealinks (de maritieme diensten van de Britse spoorwegen) wordt een nieuw project in uitvoering gebracht te Folkestone, dat £ 750.000 (90.000.000 fr.) gaat kosten.
Het project betreft het bouwen van een « terminal » voor het verhandelen van carferry-, passagiers- en vrachttrafiek (roll on - roll off), met o.m. een ontschepingsbrug van circa 60 meter lengte, auto-onderzoekshallen, tolgebouw voor vracht, parkeringsruimten, en een dienstgebouw (reservatie- en verkoopskantoor, restaurant, enz...). Langs de kaai is er reeds een rechtstreekse spooraansluiting aanwezig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ajxmenu1