HISTORIEK  HISTORIQUE  HISTORIC

 

 

H

 

 

 

 

 

                                                                                                                                                              

Het weer- of donderglas


Door Oppermeester (o.r.) J.-B. Dreesen


Een zeer eigenaardig voorwerp is het WEER- of DONDERGLAS, ook wel DONDERFLES of WATERBAROMETER geheten.

Dit, uiterst zeldzaam geworden, toestel is geheel in glas, met een bolvormige voorkant en een vlakke achterzijde. Het gelijkt wat op een vogelfonteintje, doch heeft een hoge tuit zoals een ouderwetse koffiekan. Aan de bovenkant is het voorzien van een ophangoog.

Nadat het met water gevuld is, tot een peil dat boven de verbinding van tuit en glas ligt, wordt het met de vlakke achterzijde aan de wand gehangen. Aan de stand van het water in de tuit kan men dan het weer voorspellen. Bij bestendig weer blijft het water in glas en tuit op gelijke hoogte. Bij mooi weer zakt het naar de bodem van de tuit, terwijl het bij slecht weer stijgt en soms uit de tuit druppelt. Sommige van deze weerglazen zijn echte kunststukjes van de glasbaaskunst. Zoals die waarvan de tuit en de zijkanten met een «hanekammotief » versierd zijn.

Het weerglas is een zeldzaamheid in onze musea voor volkskunde en ook in onze taal zijn er slechts enkele sporen van overgebleven. En toch is het een voorwerp dat eigen is aan de Lage Landen bij de zee. Zo citeert het «Woordenboek van de Nederlandse Taal» onder het trefwoord DONDERGLAS de auteur DONKERS (blz 339) die het volgende schrijft:
«Wij zijn de eerste uitvinders van de Donderglazen, welker werking nog niet begrepen wordt door de gemene filosofen, die waanen dat men dezelfde voorzeggingen kan trekken door het vergelijken van een barometer en een thermometer».

Ook de Engelsen beschouwen de weerglazen als eigen aan de Lage Landen. Dit blijkt ondermeer uit een bijdrage van de Engelse auteur H.R. ADDISON in zijn reisboek «BELGIUM AS SHE IS» (blz 227) in 1848 te Brussel uitgegeven. Hij schrijft daarover het volgende:
Men heeft in België een soort barometer, die bij ons in Engeland onbekend is, van een eenvoudig en onfeilbaar type. Het toestel is geheel uit glas, wel gelijkend op een vogelfontein, doch de tak gaat omhoog als de tuit van een koffiekan. Het toestel wordt half gevuld met water en men voorziet het weer volgens de stand van het water in deze tuit. Bij slecht weer stijgt het water en loopt soms over, bij mooi weer zinkt het tot de bodem van de tuit. Dit is het natuurlijk gevolg van de luchtdruk op het water, een kind zal weten dat deze proef niet anders dan juist kan zijn. Het verwonderd me dat men bij ons in Engeland dat ook niet probeert».

In onze streken werden weerglazen genoteerd in Westerlo, Tongerlo, Nevele en Brugge. Volgens antiekexperten dateerden ze van de 17de tot de 19de eeuw.

Het vroegere museum van Folkore te Antwerpen bezat één exemplaar. In het museum van Volkskunde te Gent staan er twee. De heer Platteeuw uit Brugge had tot voor enkele jaren een tweetal van deze voorwerpen in zijn bezit. Onlangs zag ik een exemplaar in het museum voor Volkskunde te Dover (Eng.). Men kon me echter niet zeggen waar het vandaan kwam.

Er bestaan verschillende modellen die van kort gestuikt en buikig en ongeveer 18 centimeter hoog naar hoog en smal gaan die tot 36 centimeter hoog kunnen zijn.

Uit het voorgaande blijkt dat het hier om een volksinstrument gaat dat voornamelijk in het binnenland thuishoort. Nu stelt zich de vraag hoe zo'n typisch instrument van de landman in ons maritiem vaarwater terecht komt ?

Dit is een vrij oude geschiedenis voor de welke we even moeten teruggaan naar de PILGRIMFATHERS, een groep Puriteinen, die als geloof vervolgden in 1581 van Engeland uitweken naar Holland.

Een aantal onder hen vestigde zich in 1609 te Leiden. Een deel van de Leidse groep besloot in 1620 naar Noord-Amerika te emigreren. De zeereis begon in het voormalige Delfshaven aan boord van een 60-tons zeilscheepje, de SPEEDWELL genaamd. Hun eerste bestemming was Southampton aan de Engelse zuidkust waar medereizigers wachtten aan boord van het 180 ton metende zeilvaartuig de «MAYFLOWER». Aanvankelijk werd de overtocht naar de oostkust van Noord-Amerika met beide schepen vanuit Southampton begonnen. Na veel tegenslag en herhaalde terugkeer naar Zuid-Engeland werd de reis over de Noord-Atlantische Oceaan alleen door de « Mayflower» gemaakt. De «Mayflower» een bark, had een lengte van 27 meter en een breedte van 7,5 meter. Het schip had 25 man bemanning en stond onder het commando van Captain Christopher Jones. Bij het begin van de reis waren er 102 passagiers aan boord, waarvan 70 volwassenen en 32 kinderen. Tijdens de reis is één persoon overleden en werden twee babies geboren.

De reis duurde 9 weken en was vol ontberingen voor de opvarenden. Op 9 november 1620 ankerde de -Mayflower» achter Cape Cod nabij het latere Boston. Na verschillende onderzoekingstochten werd op 16 december begonnen met de ontscheping bij een uitverkoren plek in Nieuw-Engeland. De pioniers stichtten geleidelijk een welvarende kolonie die op goede voet leefde met de Indianen.

De Pilgrimfathers hielden in 1621 hun eerste kerkelijke dankdag ter plaatse. Deze «THANKSGIVINGSDAY» wordt nog jaarlijks in november in de U.S.A. gevierd.

De nederzetting «PLIMOTH PLANTATION» genoemd, groeide uit tot een dorp en de latere stad PLYMOUTH (Mass). Naast landbouw hielden de kolonisten zich bezig met handel in pelterijen en timmerhout. Ter plaatse bevinden zich nog vele historische monumenten. Voor de Amerikanen is Plymouth (Mass) een pelgrimsoord in verband met de afstamming van de Pilgrims.

                

                      

                                                                  

Ook ligt daar als museumschip de »Mayflower II» een naar het oorspronkelijk model nagebouwd zeilschip dat in 1957 dezelfde reis maakte als zijn originele voorganger. In april van voornoemd jaar zeilde deze replica, onder het commando van Alan Vilier, een oud Kaap Hoornvaarder, van Plymouth in Engeland naar Plymouth in de U.S.A. De reis duurde 53 dagen.

In Nederland zijn herinneringen betreffende de Pilgrimfathers, onder andere, te vinden in het Zakkendragershuisje in Rotterdam, Delfshaven.

Tot daar deze korte geschiedenis van de Pilgrimfathers. Waar zit nu het verband met ons Weerglas? Op deze lange reis over de oceaan was de scheepvaart toen, veel afhankelijker dan nu van het weer. De Pilgrimfathers hadden zich hiertegen zo goed mogelijk menen te wapenen door een exemplaar aan boord te nemen van dat eigenaardig instrument, het weerglas, dat ze tijdens hun verblijf in Leiden hadden leren kennen en waarderen. Een typisch stuk huisraad werd aldus gepromoveerd tot een maritiem instrument. Vandaar dat het in deze rubriek behandeld wordt.

Waar en wanneer het werd uitgevonden en door wie zal waarschijnlijk wel een raadsel blijven, maar een feit is dat het voornamelijk bekend was in onze eigen streken, in het toenmalige Holland en in Noord-Duitsland.

Vermits de Pilgrimfathers het op hun reis in 1620 gebruikten, moet het toestel al van voordien in gebruik zijn in de steden en het platteland van de Lage Landen bij de zee. Hoogst merkwaardig is echter dat de barometer, zoals we die thans kennen, slechts in 1638 door Torricelli werd uitgevonden. Dit wil zeggen dat 18 jaar voor Torricelli zijn uitvinding deed, de Pilgrimfathers in de Lage Landen een toestel leerden kennen waarmee de luchtdruk kon bepaald worden. Waaruit eens te meer blijkt dat er in de wereld weinig nieuws is.

Wat blijft er over dit instrument nog bestaan in deze taal? Het «Woordenboek van de Nederlandse taal» vermeldt het woord DONDERGLAS als ... een instrument dat onweders voorspelt ...

De «Dikke» VAN DALE citeert onder GLAS. bij verkorting in bepaald verband:
Horlogeglas ...
Lampeglas
(ongewoon) Weerglas, barometer: het glas is gezakt (zegswijze)
J. Van Beylen in zijn ZEILVAARTLEXICON zegt:
GLAS: Gemeenzame benaming door zeelui gegeven aan een barometer: Het glas valt, het glas stijgt, de barometer daalt of stijgt
Ook weerglas of Barometer genoemd.

De MARITIEME ENCYCLOPEDIE deel 3 spreekt van: GLAS:

  1. Zandloper
  2. Spreekterm voor barometer. Zegswijze: het glas rijst of valt.

Wijlen Dr. WEYNS behandelde het in zijn monumentaal werk over HUISRAAD IN VLAANDEREN onder het hoofdstuk MATEN EN GEWICHTEN en geeft als naam DONDERFLES, DONDERGLAS of WEERGLAS.

In BIEKORF 1955 (blz 282) wijdde M.P. (Platteeuw) een bijdrage over dit instrument dat hij een WATERBAROMETER noemt.

Op basis van de eerste vier verwijzingen mag aangenomen worden dat het WEERGLAS oorspronkelijk ook in het taalgebruik van onze zeelui voorkwam. Geleidelijk aan werd het echter verdrongen door de barometer. Een deel van de naam bleef als GLAS behouden in enkele maritieme zegswijzen.



Neptunus - november - novembre 1986

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ajxmenu1