HISTORIEK  HISTORIQUE  HISTORIC

 

 

H

 

 

 

 

 

     

Magelhaen


Door A JACOBS


Zelfs na de ontdekking van Amerika bleef de aandacht van Europa op het Oosten gericht. De Portugezen hadden de zeeweg rond de Kaap in handen en de Engelsen beheersten de Noord-Atlantische Oceaan, maar de mogelijkheid omtrent het bestaan van een zuidwestelijke route, bleef open. Toen Fernando in 1480 in de nabijheid van Oporto geboren werd, hadden de Portugezen hun eerste ontdekkingstochten om de zeeweg naar Indië te vinden reeds achter de rug. Indië was het land van het goud en de specerijen, en wie de kortste weg erheen kon vinden, was zeker van een fabelachtige rijkdom. Dat was echter niet zo eenvoudig als het thans wel lijkt. Zelfs de meest geleerde aardrijkskundige in die dagen was ervan overtuigd dat de Atlantische Oceaan een zee zonder einde was, die men niet bevaren kon. Volgens de opvattingen van die tijd was alleen de Middellandse Zee bevaarbaar. En toch zouden de Portugezen het beproeven. De Portugese koning, Hendrik de Zeevaarder, heeft vijftig jaar van zijn leven en zijn hele fortuin eraan besteed om de ontdekking van de zeeweg naar Indië mogelijk te maken. Hij stierf in 1460 zonder dat hij nog ontdekkingen van grote betekenis mocht meemaken. Vanaf dan kwam alles in een stroom-versnelling terecht: de ontdekkingen volgden elkaar tegen een ijltempo op. In 1486 zeilde Diaz voor het eerst om de zuidpunt van Afrika, nu lag de weg naar Indië open !

Het nieuws dat Columbus na drie weken zeilen over de Atlantische Oceaan Indië had bereikt, was als een donderslag uit een heldere hemel het Portugese hof binnengevallen. Dat Columbus Amerika had ontdekt, werd men zich pas veel later bewust. Om te verhinderen dat Spanje en Portugal elkaar de oorlog zouden verklaren, nam de Paus een wereldkaart en trok een lijn dwars door landen en zeeën. En hij besliste dat al de nieuw ontdekte gebieden ten oosten van die lijn aan Portugal zouden behoren, en die ten westen aan Spanje. Daarmee was het geschil voorlopig opgelost. In Portugal werd met koortsige haast gewerkt aan de uitrusting van een grote vloot ter verovering van het Oosten. tri 1947 stak deze armada in zee onder het bevel van Vasco da Gama. Nog hetzelfde jaar rondde hij de Kaap de Goede Hoop en zette koers naar het noorden, langs de oostkust van Afrika. Het volgende jaar wierp zijn schip het anker voor Calicut, toen de grootste haven van het verre Oosten. Indië was bereikt, het waagstuk was volbracht! Portugal wilde zich niet alleen meester maken van de handel in Indische producten, maar ook van de landen zelf waar deze producten groeiden; het beschouwde Afrika en Indië als zijn eigendom. De volkeren die daar woonden moesten zich onderwerpen of werden uitgeroeid. Geen enkel ander land mocht in deze gebieden handel drijven. Geen enkel schip van een ander land mocht deze zeeën bevaren. Gebeurde dit toch, dan werd het door de Portugese vloot aangevallen en buitgemaakt. De vijfentwintigste maart van het jaar 1505 begon Magelhaen helemaal onderaan de ladder als gewoon soldaat om in de heidense landen het christelijk geloof te laten zegevieren. Voor Magelhaen was dit vertrek het begin van een avontuurlijk soldatenleven in dienst van Portugal. De eerste grote zeeslag die Magel heen meemaakte was de slag van Cannannore waar de Portugezen tachtig doden en tweehonderd gewonden telden, maar desondanks toch de overwinning behaalden. Hij had in deze slag flink zijn man gestaan en wat belangrijker was: hij had het er heelhuids afgebracht!

Het leven werd voor hem een aaneenschakeling van spannende en gevaarvolle avonturen.

Door zijn studie en ondervinding kende hij meer van de zeevaart dan de meeste kapiteins. Maar aangezien hij slechts tot de lagere adel behoorde, werd hij steeds benadeeld als er nieuwe bevelhebbers moesten worden benoemd. Na in ongenade te zijn gevallen bij de koning van Portugal, ging hij zijn diensten aanbieden aan het Spaanse hof. Hij speelde het klaar om als opperbevelhebber van een vloot van vijf schepen benoemd te worden. Het doel was de korte weg naar de Molukken te vinden en deze voor Spanje in bezit te nemen. Hij overtuigde het Spaanse hof dat er tussen Europa en Indië een onmetelijk vasteland lag en dat er een zeeëngte moest te vinden zijn die dit continent in twee sneed. Hij beweerde ook de ingang van die zeeëngte te kennen. De vloot zou onder Spaanse vlag uitvaren om de rijkste eilanden ter wereld voor Spanje in bezit te nemen.

Het was een hele onderneming om vijf schepen uit te rusten voor een reis waarvan niemand wist hoe lang ze zou duren. Er werd genoeg proviand opgeslagen om de tweehonderdvijftig opvarenden gedurende twee jaar in leven te houden. Een belangrijk deel van de cargo waren duizenden kleurige snuisterijen die zouden kunnen dienen om ruilhandel te drijven. Ook wapens en munitie werden niet vergeten. Het werk werd geremd door een voortdurend geldgebrek. De uitrusting van de schepen kostte de staat een fortuin. In ruil voor een aandeel in de winst werden er onder de rijke kooplieden sponsors gezocht. en gevonden.

Ook het aanmonsteren van de bemanning vormde een probleem. Niemand kon antwoord geven op de vragen betreffende de duur van de reis en de te volgen reisweg. De goede matrozen bleven thuis, wat men bij elkaar kon ronselen was een troep leeglopers van alle slag. De ene moeilijkheid was nog niet opgelost of er doemde een andere op. Driemaal moest het vertrek worden uitgesteld. De tiende augustus van het jaar 1519 was het dan eindelijk toch zover en verlieten de vijf schepen de rede van Sevilla. Na zes dagen varen bereikte men de Canarische eilanden. Hier werd hij op de hoogte gesteld dat zijn Spaanse officieren een complot tegen hem beraamden en hem bij de eerste gelegenheid wilden likwideren. Gewaarschuwd was hij dus. Men vaarde langs de kust van Afrika. Voortdurend had hij problemen met de kapiteins van zijn schepen die zijn gezag niet goedschiks aanvaardden, zij vormden een voortdurende bedreiging voor de admiraal. Magellaan deed zuidwest sturen op de oostkust van Zuid-Amerika aan. Elf weken na het vertrek werden de ankers geworpen in een baai die thans Rio de Janeiro wordt genoemd. Er werd een lucratieve ruilhandel met de plaatselijke bevolking opgezet en dertien dagen later koos men terug het ruime sop. De elfde januari kreeg men Kaap Santa-Maria in zicht. Volgens de inlichtingen die Magelhaen bezat moest achter deze kaap de doorvaart liggen.

 Groot was zijn teleurstelling toen na enkele dagen bleek dat de inham die zij inderdaad vonden de uitmonding was van een machtige rivier die zijn wateren in zee stort. Men bevond zich op de Rio de la Plata. Het was hem nu duidelijk geworden dat zijn hele plan op een hersenschim was gebouwd. De geweldige onderneming die reeds zoveel geld en arbeid had gekost, berustte op verkeerde gegevens! Voor de eerste maal begon hij over het bestaan van de verbindingsweg tussen de twee oceanen te twijfelen. Maar Magelhaen was er de man niet naar om bij de pakken te blijven zitten. De derde februari van het jaar 1520 verliet de vloot haar ankerplaats en koos richting Zuid. Nog nooit was een Europeaan tot hier doorgedrongen, na enkele weken voer men langs de kust van Patagonil. De dagen werden korter en de nachten langer. Men had te kampen met geweldige stormen en verschillende bemanningsleden werden over boord geslagen en verdronken.

Een vijandige zee stond hen voortdurend naar het leven en ze waren de gevangenen van een onverbiddelijk klimaat. Na weken zwalpen, bereikte men uiteindelijk de haven van Sint Juliaan. De schepen waren nu negen maanden onderweg en nog was de doorgang niet gevonden. Hij besloot ter plaatse te overwinteren. Toen de bemanning dit vernam, sloeg hun misnoegen om in opstandigheid. Dit was het ogenblik waarop de Spaanse kapiteins hadden gewacht. Er brak muiterij uit, aangevoerd door de Spaanse kapiteins. Magelhaen overleefde het en kon zelfs de situatie ombuigen in zijn voordeel. de muiters werden zwaar gestraft: de hoofdschuldigen werden terechtgesteld.

De admiraal wilde de kust naar het zuiden verkennen en stuurde zijn kleinste en snelste schip erop uit. De Santiago liep echter op de klippen. De bemanning kon zich redden maar het schip was verloren. De bemanning werd verdeeld over de andere schepen. Het was het eerste onherstelbare verlies waardoor de vloot getroffen werd. Na vijf maanden werd terug zee gekozen. Men schreef 18 oktober. Hij stuurde de Conception en de San Antonio een brede baai binnen om deze te verkennen. Achter een rotspunt ontdekten zij de ingang van een smal kanaal. Men was er van overtuigd de felgezochte doorgang gevonden te hebben. Na vijf dagen konden zij bij hun terugkeer de admiraal het goede nieuws melden. Toen de schepen het kanaal invoeren doopte hij de zeeëngte plechtig het kanaal van Allerheiligen. Later werd deze verbindingsweg de Straat van Maghelhaen genoemd. De San Antonio was vermist. Na dagenlang tevergeefs wachten, werd verondersteld dat zij ofwel vergaan was ofwel gedeserteerd en naar Spanie teruggekeerd.

Op de beide oevers groeiden weelderige wouden. S'nachts bemerkte men grote vuren op de linkeroever. Daarom noemde men het Vuurland. Na een laatste gevaarlijke rotspunt omzeild te hebben, lag eindelijk de Grote Oceaan voor hen open.

Ondertussen was de San Antonio reeds een maand op de terugweg naar Spanje. De stuurman Gomez had met de Spanjaarden een complot gesmeed; de kapitein Mezquita werd uit zijn ambt ontzet en in de boeien geklonken. De San Antonio was er 's nachts in geslaagd ongezien de zeeëngte uit te komen. Zij koersten naar het noorden, langs dezelfde weg als ze gekomen waren. Sevilla stond in rep en roer toen de zesde mei van het jaar 1521 de San Antonio als enig schip van de vijf die waren vertrokken, de haven binnenliep. Gomez kon laten geloven dat hij de zeeëngte had ontdekt en kon Magelhaen bij de koning in diskrediet brengen.
Toen de drie overblijvende galjoenen de reis over de Grote Oceaan begonnen, was het een sprong in het onbekende. Geen mens had enig idee over de uitgestrektheid van de pas ontdekte wereldzee. Met een uitgeputte bemanning en te weinig voedsel ondernam de onverschrokken admiraal een der stoutmoedigste waagstukken die ooit door mensen werd volbracht. Hoe dichter ze bij de evenaar kwamen, hoe drukkender de hitte werd; Er was zo weinig wind dat ze deze zee “de Stille Oceaan» noemden. Door het gemis aan vers voedsel leden de meeste opvarenden aan scheurbuik. Deze ziekte doet het tandvlees opzwellen en etteren, de tanden vallen uit en in de mond ontstaan zweren die het gehemelte zo pijnlijk doen opzwellen dat de zieke niets meer kan innemen en sterft in de hevigste pijnen. Negentien matrozen waren reeds bezweken van ontbering.

De zesde maart 1521, na een reis van negenennegentig dagen in de meest erbarmelijke omstandigheden, ontwaarde men land! Hij dacht dat hij de Molukken ontdekt had, maar in werkelijkheid waren het de eilanden die behoorden tot de groep der Fillipijnen, een geheel onbekende archipel die van nu af met al zijn rijkdommen aan de koning van Spanje zou toebehoren! Een ruilhandel werd met de inboorlingen opgezet en voor de eerste maal maakten de zeevarenden kennis met bananen en kokosnoten.

Tegen de vijfentwintigste maart waren de bemanningsleden in die mate hersteld van de ontberingen dat terug zee kon worden gekozen. Hij veroverde op vreedzame wijze de hele eilandengroep der Filipijnen voor de Spaanse kroon. Om de pas veroverde gebieden voor Spanje te kunnen behouden, hij had immers niet genoeg manschappen om achter te laten, stelde hij het stamhoofd Radja Humabon aan als koning over alle andere vorsten en deed hij dus alle stamhoofden onderwerping beloven aan de radja van Cebu. Allen behalve het stamhoofd van het eiland Maktan deden dit. Om hem daartoe te dwingen ondernam Magelhaen een strafexpeditie naar het eiland. Het werd meteen zijn laatste raid: een overwicht van inboorlingen verpletterde het handvol soldaten en de admiraal werd dodelijk getroffen door een speerpunt en verder door tientallen inboorlingen afgemaakt.

Koning Humabon die nu gemerkt had dat de blanken toch niet onkwetsbaar waren, deed geloven dat hij een trouw bondgenoot was en organiseerde een afscheidsfeest. Wat niemand wist, was dat hij er alleen op uit was de schepen van de blanken buit te maken. Hij lokte de bemanning in een hinderlaag.

De weinigen die nog overbleven kozen wijselijk zee. Van de tweehonderdzestig leden der bemanning bleven er nog honderdvijftien over. Te weinig om drie schepen te bemannen. De Conception werd opgeofferd. Zij werd in brand gestoken. Op Borneo werd men vriendelijk ontvangen en er werd proviand opgedaan. Maar toen men wou vertrekken, bleek dat de sultan er niets beter op had gevonden dan een vijftal bemanningsleden als gijzelaars te nemen. Dit kon men natuurlijk niet hebben er er volgde een zeegevecht. Men moest er genoegen mee nemen dat drie opvarenden op het eiland achterbleven. Gedurende zes maanden bleef men om de specerijeneilanden heen varen zonder ze te vinden. Dit was te wijten aan de onbekwaamheid van de bevelhebbers nu Magelhaen er niet meer was. Maar eindelijk, de achtste november 1521, werden twee eilanden van de groep der Molukken zichtbaar aan de horizon. Ze wierpen het anker in de haven van Tidor. Zevenentwintig maanden waren ze onderweg geweest, op zoek naar deze eilanden. Koning Almansor erkende zonder aarzelen de heerschappij van de Spaanse kroon. Alleen de Victoria was nog in staat om de overtocht van de Indische Oceaan te wagen en vertrok alleen om het grote nieuws van de ontdekking in Spanje te gaan verkondigen. Deze terugreis was op zijn zachts gezegd een wonder. Het kleine zeilschip was door zijn dertig maandenlange omvaart tot op de draad versleten, bovendien bevonden ze zich op de Portugese vaarroutes zodat indien zij gesnapt werden het schip zou worden buitgemaakt en de bemanning zonder veel omhaal opgeknoopt. Het schip was dus genoodzaakt de Indische Oceaan in zijn volle breedte over te steken, recht naar de Kaap de Goede Hoop, en dan langs de westkust van Afrika naar het noorden zonder eenmaal aan te leggen. Het was een waagstuk zonder voorgaande in de geschiedenis, maar het werd volbracht.

Op de zesde september 1522, ging de Victoria voor anker in de haven van San lucar de Barrameda, op dezelfde plaats waar ze drie jaar tevoren vertrokken was. Met vijf flink opgetuigde schepen en tweehonderdzestig krachti-ge mannen waren ze vertrokken. Met achttien uitgemergelde wezens keerden ze terug aan boord van een wrak dat nochtans de eerste reis rond de wereld had volbracht. De wereldreis van de Victoria wekte de bewondering van Gans Europa. Eindelijk was werkelijk het bewijs geleverd dat de wereld een bol was en dat alle zeeën slechts een enkele zee uitmaken.

 

Neptunus November 1986

                                                                                                          

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ajxmenu1